Nieuws

kinderen in jeugd- en pleegzorg lopen groot gevaar

De jeugdbescherming in Nederland schiet nog altijd ernstig tekort. Begeleiders hebben vaak onvoldoende zicht op de veiligheid van kinderen, hulp laat vaak te lang op zich wachten en instellingen werken slecht samen. Dat concluderen de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJV).

Beide inspecties namen de jeugdzorg opnieuw onder loep nadat een meisje in Vlaardingen ernstig mishandeld was door mensen bij wie ze was ondergebracht. „De kans is heel klein dat zoiets extreems en langdurigs opnieuw kan gebeuren”, zegt IGJ-hoofdinspecteur Angela van Putten. „Maar de problemen rond die zaak zien we breder terug, er zijn kinderen van wie we niet weten hoe het met ze gaat”, aldus Van Putten.

Oplossing lijkt ver weg

IJV-hoofdinspecteur Hans Faber geeft aan een ‘déjà-vugevoel’ te hebben. Hij deed in 2019 namelijk precies dezelfde oproep. „De bittere conclusie is dat er in zes jaar tijd niet echt verbetering is voor kinderen. Dat is een wrange constatering.” Volgens hem ‘rolt het balletje, maar om eerlijk te zijn lijkt een oplossing eerder verder weg dan dichterbij’. Volgens Faber doen jeugdzorgmedewerkers wat ze kunnen, maar hebben ze te maken met een systeem dat niet werkt. „Er is van alles te weinig. Te weinig personeel, te weinig aanbod van passende hulp, te weinig betekenisvol contact met kinderen en ouders.”

Medewerkers lopen tegen kastje aan

Van Putten benadrukt dat dit niet alleen met geld te maken heeft, maar ook met de complexiteit van het stelstel en de bureaucreatie die ermee gepaard gaat. Ook raken veel medewerkers volgens haar hun motivatie kwijt en gaan ze ander werk zoeken, waardoor er een personeelstekort ontstaat. „Ze moeten het gevoel hebben dat ze echt een verschil kunnen maken, dat ze niet alleen maar aan het rondbellen zijn.”

Kinderen moeten onnodig lang wachten

Volgens Faber komt het ook te vaak voor dat gemeenten op de stoel van de instellingen gaan zitten. „Gemeenten gaan dan nog een keer onderzoeken of de hulp die de instellingen nodig achten, echt gegeven moet worden.” Dit doen zij omdat de kosten vaak erg hoog zijn en hulp dus duur is. „Daardoor moeten kinderen nog langer wachten. Dat is bizar en wrang”, zegt Faber. Volgens hem gaat het niet om een paar gemeenten, maar speelt dit ‘heel breed’. „Het is de wereld op z’n kop.”

De inspecteurs waarschuwen dat de gevolgen groot zijn: er zijn kinderen die risico lopen en niet veilig zijn, maar er zijn ook kinderen uit huis geplaatst terwijl dit niet nodig was geweest als er passende hulp was geboden. Ze zien kinderen met ‘hulpverlenersschade’.

Bestuurlijk probleem binnen jeugdzorg en pleegzorg

De inspecties zitten met hun handen in het haar. „We kunnen niet zeggen: we leggen alles stil en geen enkele jongere gaat meer naar een instelling. Het is een bestuurlijk probleem, dat kunnen wij niet afdwingen”, zo legt Faber uit. Van Putten voegt toe dat de IGJ al niet meer handhaaft wanneer een instelling zich buiten haar schuld niet aan de wet houdt. „De grenzen van toezicht zijn bereikt. De oplossing zit niet in inspecteren.”

De inspecties moeten toegeven dat ze geen oplossing hebben. „Als het eenvoudig oplosbaar was, had iedereen de oplossing al wel bedacht. Het heeft te maken met de manier waarop we de zorg georganiseerd hebben. We moeten andere afspraken met elkaar maken,” aldus Faber.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reacties

What's your reaction?

Leave A Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Posts