Nieuws

Lichaam doneren aan de wetenschap na je dood, hoe werkt dat?

In tegenstelling tot orgaandonatie is je lichaam doneren aan de wetenschap minder zichtbaar en vaak onbegrepen. Prof. dr. Ronald Bleys, hoogleraar klinische anatomie aan UMC Utrecht, vertelt waarom menselijke lichamen onmisbaar zijn voor onderwijs en onderzoek. Een interview vlak nadat bekend werd dat actrice en zangeres Joke Bruijs haar lichaam aan de wetenschap beschikbaar stelde. Bleys: „Het is het ultieme geschenk aan de wetenschap.” 

Goed nieuws voor de medische wetenschap, in het bijzonder voor studenten geneeskunde en onderzoekers die kennis en kunde moeten opdoen aan de hand van het praktisch werken met lichamen van overledenen. De laatste jaren doneren steeds meer mensen hun stoffelijk overblijfsel aan de wetenschap. Zozeer zelfs dat er op gezette tijden een stop moet worden afgekondigd bij sommige medische faculteiten.   

Is het, vragen we Ronald Bleys, hoogleraar klinische anatomie aan de Universiteit Utrecht, wellicht het gevolg van de kosten (gemiddeld tussen de 8500 en 11.500 euro) die voor een begrafenis of crematie worden gerekend? Immers, wie zijn lichaam aan de wetenschap doneert, ontloopt die gepeperde nota. Alle uitgaven komen voor rekening van de ontvangende partij – lees de Nederlandse geneeskundige opleidingen en de daaraan verbonden academische ziekenhuizen.

Nuttig na de dood

Bleys, die als voorzitter van de Nederlandse Anatomen Vereniging alles weet over lichaamsdonatie: „Ooit is onderzocht of dat een rol speelt. Bij tien procent van de donateurs is het kostenaspect inderdaad een overweging. Maar de overgrote meerderheid stelt haar lichaam ter beschikking uit ideële motieven. Dankbaarheid voor de zorg die een donor in het ziekenhuis heeft genoten en ‘nuttig willen blijven’, zijn dominante redenen.”

Hij vervolgt: „Mensen vragen me weleens: waarom doen mensen dat eigenlijk, hun lichaam aan de wetenschap geven? Het eerlijke antwoord is: niemand hoeft zich te verantwoorden. Als iemand mij belt en zegt: ‘Ik wil mijn lichaam ter beschikking stellen’, regelen we de inschrijving. Daar blijft het vaak bij. Toch hoor ik soms hun persoonlijke verhalen en die raken me. Bijvoorbeeld van iemand die zelf ziek is geweest en veel aan de medische zorg te danken heeft. ‘Ik heb geprofiteerd van de geneeskunde – nu wil ik teruggeven.’ En er is een tweede grote drijfveer: het idee om ‘nuttig te blijven’ na je dood. Betekenis willen geven na het leven.”

Jaarlijks 800 donoren

Voor studenten geneeskunde, zegt Bleys, is het werken met een echt menselijk lichaam van onschatbare waarde. In Nederland overlijden jaarlijks 160.000 mensen – 800 van hen kiezen voor donatie. Bleys: „Je kunt anatomieboeken lezen, je kunt naar plaatjes kijken, je kunt digitale 3D-modellen gebruiken – niets vervangt een écht lichaam. Ieder mens is verschillend. De ene slagader loopt net iets anders, een spier kan groter of kleiner zijn, organen kunnen van vorm verschillen. Dat leer je niet van een afbeelding. Dat ervaar je alleen als je met lichamen werkt.”

Hij vervolgt: „Tegen studenten zeg ik altijd: dit is je eerste patiënt. Behandel dit lichaam met hetzelfde respect als waarmee je een levend mens tegemoet zou treden. Want het is een mens die bewust de keuze heeft gemaakt om jou te laten leren. Een enorm geschenk. Zonder deze lichamen kunnen wij geen goede artsen  opleiden. Je kunt geen chirurg worden zonder ooit een menselijk lichaam van binnen te hebben gezien.

Wij leren nog steeds van lichamen. Nieuwe operatietechnieken worden eerst geoefend op lichamen van donoren. Als een chirurg een nieuwe aanpak wil testen, kan dat niet meteen op een patiënt. Het gebeurt eerst in de setting van het laboratorium. In dat proces spelen lichaamsdonoren een cruciale rol.”

lichaam doneren aan wetenschap
Ronald Bleys. Foto: Ed van Rijswijk

Beladen keuze

Mensen die hun lichaam na hun overleden ter beschikking willen stellen, komen terecht bij de acht Nederlandse universiteiten en de daaraan gelieerde academische ziekenhuizen. Bleys: „Het begint vaak met de vraag: hoe werkt dat eigenlijk, je lichaam aan de wetenschap geven? Mensen bellen en schrijven ons of komen heel soms langs. Ik merk dat er veel interesse is, belangstelling die vanzelfsprekend gepaard gaat met veel vragen. Het is tenslotte een grote beslissing. Jouw eigen lichaam is het meest persoonlijke dat je hebt. De keuze om dat na je dood aan studenten en onderzoekers te geven, is voor veel mensen beladen.”

Bleys: „Dan zijn er de religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen. Niet iedereen voelt zich prettig bij het idee dat zijn lichaam na overlijden wordt gebruikt. Voor sommigen staat hun geloof dat niet toe en dat is volkomen begrijpelijk.”

Door de ontkerkelijking ligt dat in Nederland minder gevoelig, maar in andere landen speelt religie nog altijd een voorname rol. Zo gaf Bleys als gastdocent les in Tbilisi (Georgië), waar de orthodoxe kerk een grote aanhang kent. Daarop haalde hij Georgische studenten naar Nederland om met lichamen te werken.

Naastenliefde

Binnen het christendom zijn er natuurlijk verschillen. Sommige gelovigen zien lichaamsdonatie als een vorm van naastenliefde: mijn geloof leert mij juist iets voor anderen te betekenen. Anderen menen dat het lichaam intact moet blijven tot de overledene aan de hemelpoort verschijnt. Dat is volgens Bleys volstrekt legitiem. „Uiteindelijk gaat het erom dat mensen een leuze maken die bij hun overtuiging past.”   

Bleys: „Ik vind het belangrijk te benadrukken dat lichaamsdonatie een aanbod is, geen verplichting. Het is een mogelijkheid om bij te dragen aan de wetenschap, maar alleen als je daar zelf volledig achter staat. Wij moedigen mensen altijd aan om erover te praten met hun familie, hun naasten en eventueel hun geestelijk raadgever. Het moet een beslissing zijn die rust geeft – geen onrust.

Het proces zelf is duidelijk omschreven. Iemand die zijn lichaam beschikbaar wil stellen, schrijft zich bij ons in aan de hand van een formulier en een wilsverklaring. Dat dien je bij leven zelf te regelen. Als iemand overlijdt, nemen de nabestaanden contact op met onze vaste begrafenisondernemer. Die regelt dat het lichaam naar ons instituut wordt overgebracht.”

Hij vertelt dat een lichaam heel soms niet geaccepteerd kan worden. „Dat heeft een praktische en medische redenen. Wanneer iemand is overleden aan een bepaalde besmettelijke ziekte of wanneer het lichaam ernstig is beschadigd, kunnen wij het niet aannemen. Ook als er al sectie is gepleegd, kunnen we het lichaam niet meer gebruiken. Bij andere academische ziekenhuizen in het land kan zeer fors overgewicht een probleem zijn. Dat betekent dat we soms ‘nee’ moeten zeggen, maar het komt niet vaak voor.”

Ouderen

 Veel mensen, vertelt Bleys, vermoeden dat het vooral oudere mensen zijn die hun lichaam doneren. „Het klopt dat de meeste donoren ouder zijn – mensen denken vaak pas op latere leeftijd over hun nalatenschap na. Maar in beginsel kan iedereen zich aanmelden, ongeacht leeftijd. Ook jongere mensen kiezen daarvoor. Uiteindelijk is het natuurlijk zo dat je pas na je overlijden wordt overgedragen – en de meeste mensen overlijden op hogere leeftijd.”

 „Het grote verschil met orgaandonatie”, legt Bleys uit, „is dat orgaandonatie in het teken staat van het redden van levens, vaak direct na overlijden van de donor. Dat vraagt snelheid – organen zijn maar een korte tijdspanne bruikbaar. Een nier gaat naar een patiënt, een lever redt iemands leven. Bij lichaamsdonatie heb je geen directe ‘ontvanger’. Bij ons gaat het om onderwijs en onderzoek. En wij hebben geen haast. Het effect is indirect, maar wel heel breed. Duizenden studenten leren dankzij de lichamen. Die studenten worden artsen die tijdens hun loopbaan duizenden patiënten behandelen. De impact is dus enorm.”

Formaline

Het prepareren van de lichamen is specialistisch werk. Het inbrengen van formaline, een conserveermiddel, is daartoe de meest gebruikte methode. De vloeistof wordt via de bloedvaten in het lichaam gespoten. Op die manier wordt weefsel gefixeerd en legt het de ontbindingsprocessen stil. Aldus kunnen studenten maandenlang werken met één lichaam.

„Na de behandeling met formaline kun je spieren en organen bekijken. Alles blijft herkenbaar. Formaline verandert echter wel de kleur en de structuur van weefsel. Het is dus nooit exact als een levend lichaam. Om die reden gebruiken we ook een andere techniek: invriezen. Als een lichaam na invriezen wordt ontdooid, kun je veel beter zien hoe soepel weefsels zijn en hoe organen zich verhouden in hun natuurlijke staat. Dat is voordelig voor bepaalde cursussen waarbij chirurgen kijkoperaties leren en heel precies moeten werken. Van ingevroren delen van lichamen kunnen ook dunne plakken worden gesneden. Het bestuderen daarvan geeft weer een heel ander inzicht dan de klassieke autopsie.”

Nabestaanden

 Bleys: „Vaak krijgen we de vraag hoe nabestaanden bij dit proces betrokken worden. Voor hen is het dikwijls een emotionele aangelegenheid. Wij hebben daarom elk jaar een herdenkingsbijeenkomst, een moment waarop we samenkomen met de families van mensen die hun lichaam hebben afgestaan. Studenten, docenten en onderzoekers spreken dan hun dank uit. Er worden muziekstukken gespeeld, verhalen gedeeld. Een heel indrukwekkende dag.

Wat mij persoonlijk altijd raakt, is dat families dikwijls zeggen: ‘Mijn vader of moeder zou dit prachtig hebben gevonden’. Dat geeft troost. Het idee dat je zelfs na je dood nog van betekenis kunt zijn. Dat je een tastbare bijdrage levert aan de volgende generatie artsen, is voor veel mensen een heel waardevolle gedachte. We krijgen ook welbrieven van nabestaanden waarin staat dat ze er trots op zijn dat hun dierbare donor was. Soms zeggen mensen zelfs: ik heb gezien wat dit betekent en heb mezelf ook aangemeld. Het werkt dus inspirerend.”

Respect

Ronald Bleys leert zijn studenten dat er altijd met eerbied moet worden omgegaan met lichamen. „Het zijn geen objecten, geen gebruiksvoorwerpen. Ik heb er moeite mee wanneer mensen er luchtig over doen, het als iets gewoons beschouwen. Voor mij is het elke keer weer bijzonder. Dat gevoel draag ik over aan studenten: dit is niet iets vanzelfsprekends. Iemand heeft dit gedaan uit idealisme, uit de wens om bij te dragen aan de wetenschap. Dat vraagt om respect.”

Bleys: „Soms vragen mensen mij: hoe ga jij daar nou persoonlijk mee om? Je werkt dagelijks met dode lichamen. Went dat ooit? Het antwoord is: je went aan de praktijk, maar je moet absoluut blijven beseffen dat dit een mens is geweest. Ik heb daar diep respect voor. En eerlijk gezegd: ik voel vaak ook dankbaarheid. Want zonder deze donoren zouden wij ons werk niet kunnen doen.

Ik zie in mijn werk dat mensen vaak huiverig zijn om over hun dood na te denken. Maar lichaamsdonatie kan juist een mooie manier zijn om zin te geven aan je overlijden. Je laat iets achter dat verder gaat dan jezelf. Je helpt toekomstige artsen, je helpt de wetenschap, je helpt uiteindelijk patiënten die je nooit zult ontmoeten. Dat vind ik iets heel moois.”

Lichaam doneren aan de wetenschap

Na afloop van het gebruik van een lichaam worden de stoffelijke resten niet teruggegeven aan de familie – alle overblijfselen gaan naar een crematorium. Bleys: „Wij zorgen ervoor dat dat zorgvuldig en respectvol gebeurt. Er wordt niets zomaar weggegooid. Alles gebeurt met een diep besef van waardigheid.”

Hij vervolgt: „De nabestaanden krijgen geen urn. Een lichaam wordt gefaseerd gebruikt – buik, borst, hersenen, ledematen. Het zou betekenen dat je alle delen apart moet bewaren. Dat werkt niet. Juridisch hoeft het ook niet: anatomie is voor de wet een formele eindbestemming, net als een begraafplaats of crematorium. Uiteindelijk wordt de as op een vaste plek verstrooid.”

Of Ronald Bleys zelf zijn lichaam aan de wetenschap doneert? „Ik heb er geen principieel bezwaar tegen, maar als ik dat doe, kom ik bij een bekende op tafel te liggen. De Nederlandse anatomenwereld is nu eenmaal niet zo groot. Dus nee, vanwege de herkenning. Ik ben wel orgaandonor. Mijn organen mogen worden gebruikt. Voor zover ze nog bruikbaar zijn uiteraard.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reacties

What's your reaction?

Leave A Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Posts