Nieuws

Menno Lanting ontdekte donkere geschiedenis van kindveilingen

Als schrijver Menno Lanting (52) besluit om in zijn familiegeschiedenis te duiken, komt hij erachter dat zijn overgrootmoeder Geesken een zogenoemde ‘bestedeling’ was. Oftewel: kinderen, ouderen of ‘krankzinnigen’ die in Nederland werden verkocht, sommigen zelfs op veilingen. Niet alleen Geesken, maar een half miljoen anderen blijken twee eeuwen lang eenzelfde lot te hebben gehad. En daarmee ontdekte Lanting een duistere, maar ook onbekende, kant van de Nederlandse geschiedenis. 

Schrijver Menno Lanting richt zich normaal gesproken op hele andere thema’s in zijn boeken. Zo schreef hij eerder boeken over management en leiderschap, maar nam hij voor zijn laatste boek ineens een geschiedkundige afslag. „Geschiedenis is altijd een hobby van me geweest. Hoe grijzer en ouder ik word, des te meer kwam de drang om ook daar een boek over te schrijven.” 

Maar dat hij op een zwarte, en onbekende, bladzijde van de Nederlandse geschiedenis zou stuiten, had Lanting op voorhand niet voorzien. „Het begon toen ik met mijn moeder rond de koffietafel zat en sprak over onze familiegeschiedenis. Ze vertelde me dat haar oma, mijn overgrootmoeder, in een weeshuis had gezeten. Ik besloot daar eens verder in te duiken en beloofde voor mijn moeder daarover iets te schrijven, meer als een cadeau aan haar. Maar toen ik de archieven doorspitte, bleek er veel meer aan de orde te zijn dan het weeshuis. Het onderwerp was veel groter dan alleen het verhaal van mijn overgrootmoeder.” 

Eerder schreef Metro ook over Karel Spitsbaard die vertelde over zijn turbulente jeugd en hoe hij op zoek ging naar antwoorden in zijn familiegeschiedenis. En ook Joske Kuut dook in het verleden van haar vermoorde broer en deelde ook daarover haar verhaal met Metro.

Bestedeling twee eeuwen ‘normaal’ in Nederland

Aan het begin van zijn zoektocht weet Lanting niet meer dan de naam van zijn overgrootmoeder: Geesken Staal. „Onze jongste dochter heeft haar naam als tweede naam gekregen. In Deventer was een dossier over de familie beschikbaar. Daar vond ik bestedelingsformulieren met namen van boeren erop. Ik had daar nog nooit van gehoord. Toen ik uitzocht wat een ‘bestedeling’ was, kwam ik erachter dat dit in heel Nederland voorkwam. Daarna volgde voor mij een enorme, twee jaar durende, zoektocht in allerlei archieven.” 

Maar wat hield dat precies in? Bestedeling zijn? „Als je vroeger arm was en niet meer voor jezelf kon zorgen, dan kon je bestedeling worden. Dat waren grotendeels kinderen, maar ook ouderen en ‘krankzinnigen’. Krankzinnige was in die tijd überhaupt een breed begrip. Want ook als je epilepsie had, werd je als krankzinnig bestempeld. Niet alle kinderen mochten naar het weeshuis, omdat het bestemd was voor burgers van betere afkomst. Dus belandde de groep die dat niet kon betalen in een systeem van uitbesteding, soms met veiling en soms zonder veiling.”

Lanting vervolgt: „Iemand, vaak boeren, zorgde dan tegen betaling voor het kind. De kerk, gemeente of andere organisatie die dat faciliteerde, wilde zo min mogelijk voor de uitbesteding van het kind betalen, dus de laagste bieder kreeg het kind. Deze kinderen werden dan ondergebracht, kregen kleding en gingen in sommige gevallen naar school, maar de meesten werden ingezet als goedkope arbeidskracht. Vanaf de 16e eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog gebeurde dit in heel Nederland en in sommige delen van Nederland ook nog tot de jaren 50.”

Kindveilingen voor bestedelingen 

Lanting heeft aan het begin van zoektocht helemaal niet de intentie om een boek te schrijven. „Ik wilde simpelweg weten wat er gebeurd was en dook daar steeds dieper in. Wat was er met mijn overgrootmoeder gebeurd? En met veel anderen? Het bleek vele malen groter dan ik had kunnen bedenken. Ook kwam ik erachter dat er niet of nauwelijks over geschreven was. Toen dacht ik: ‘Misschien moet meer schrijven dan alleen een geschenk aan mijn moeder’.” En dus kwam er een boek, met de toepasselijke titel: De Bestedeling.

„Ik wilde die kinderen een gezicht geven en hun persoonlijke verhalen delen. Zo kwam ik ook achter het verhaal van mijn overgrootmoeder. Haar ouders stierven door de tyfus en vanwege de besmettelijkheid werd het huis ontruimd en met alle spullen verbrand. De zeven kinderen werden verspreid over zes verschillende boeren in verschillende dorpen. Mijn overgrootmoeder was toen 4 jaar.” 

De veiling is de meest onmenselijke onderdeel van de uitbesteding. „Ook in die tijd was daar al commentaar op. Sommige kinderen werden ondergebracht door de kerk, weeshuizen of armenbestuur, maar ook de veiling was een mogelijkheid. Net zoals een koeienveiling en dat neigt natuurlijk naar gevoelens over slavernij. Al dacht men destijds dat zij iets goeds deden voor deze kinderen door ze onder te brengen. Anders zwierven ze op straat. Maar het was natuurlijk niet in de haak.” 

Menno Lanting Foto: Marcel Baker

Familiegeschiedenis achter overgrootmoeder Geesken 

Het verhaal van Geesken krijgt uiteindelijk nog een opzienbarende wending. „Eind 19e eeuw werd er veel gedocumenteerd, waardoor ik het verhaal van mijn overgrootmoeder redelijk goed kon reconstrueren. Zo werd er ook jaarlijks gedocumenteerd hoe het met de bestedeling ging. Geesken bleef lange tijd bij dezelfde boer en ontmoette daar mijn overgrootvader. Hij werkte daar als knecht. Bestedelingen moesten officieel tot hun 21ste in dienst blijven, maar mijn overgrootvader heeft ervoor gezorgd dat mijn overgrootmoeder eerder kon stoppen. Hij schreef een brief, en die brief is bewaard gebleven, waarin hij een inkijkje gaf in hoe het met haar ging. Mijn overgrootmoeder had het zwaar en fungeerde als sloofje, schreef hij. Hoewel het ongebruikelijk was, lukte het mijn overgrootvader om haar vrij te krijgen en zijn ze later getrouwd. Uiteindelijk is Geesken op relatief jonge leeftijd, na de geboorte van haar laatste kind, overleden.” 

De moeder van Lanting, die aanleiding was voor al zijn speurwerk, heeft haar oma nooit gekend. Ze was immers al overleden. „Maar mijn moeder was verbijsterd door het verhaal. Ook haar moeder, mijn oma dus en de dochter van Geesken, kende dit verhaal niet. En ook de rest van de familie had hier geen weet van.”

Lanting kreeg na zijn onthullingen veel reacties van andere mensen met dezelfde soort verhalen. „Honderduizenden kinderen zijn in die tijd hierdoor geraakt. Maar wist niemand het? Was er schaamte? Ik denk dat wij ons niet kunnen voorstellen hoe traumatisch het is geweest. Ook mijn moeder was daardoor geraakt. Mijn boek is een monument geworden voor mijn overgrootmoeder en alle anderen die dit meemaakten.” 

Onbekend stukje geschiedenis 

In de literatuur, bij historici en proefschriften is weinig terug te vinden over de bestedeling. „Dat heeft denk ik deels met de schaamte te maken. Maar mensen hebben het geweten. Er waren bijvoorbeeld ook ooms en tantes die besloten niet voor de kinderen te zorgen. Daar moesten zij bij de rechter voor komen opdraven. Maar vaak waren zij ook arm en wilden of konden zij deze kinderen niet opvangen. Dat herken ik ook terug in alle andere verhalen. Dat armoede een grote rol speelde, maar ik denk dat vooral de schaamte een reden is dat we er zo weinig over weten.” 

De kindveilingen zijn volgens Lanting eind 19e eeuw gestopt. „Mede door de weerstand ertegen, maar de sporen ervan zijn nog zichtbaar. Zo vond ik veilingdocumenten uit Zeeland. De herberg en het plein waar de veilingen plaatsvonden, bestaan nog steeds. Daar zit nu een luxe broodjeszaak. En ook de kerken en dorpspleinen waar veel veilingen plaatsvonden, bestaan nog steeds. Ik ben bewust die plekken gaan opzoeken. En ja, dat vond ik heftig. Zo deed ik dat ook bij het verhaal van Hendrik Mulder, een 10-jarige jongen uit een licht crimineel en arm gezin, die uiteindelijk in Friesland werd uitbesteed. Uit de politie- en krantenverslagen kon ik opmaken dat hij jaarlijks één uitje had, richting de kermis. Maar dat toen hij hoorde dat het jaarlijkse kermis-uitje niet door zou gaan, hij zelfmoord pleegde. Hendrik hing zichzelf op aan een paal en die palen staan daar nog steeds. Ook al is dat 125 jaar geleden, het blijft heftig om dat te zien.” 

Meer verhalen 

De schrijver legt uit dat hij veel van dit soort tragische verhalen ontdekte. „Bijvoorbeeld ook over de kwajongen Alex Engel. Een deugniet die in Twente terechtkwam, stelselmatig wegliep van de boerderij en daarmee regelmatig de krant haalde. Je leest in die artikelen dat hij daar écht niet wilde zijn. Uiteindelijk overlijdt hij op jonge leeftijd.” Maar er kwamen ook mooie verhalen bovendrijven, volgens Lanting. „Zoals het verhaal van Dina. Zij kwam als kind op een boerderij en is daar nooit meer weggegaan. Uiteindelijk woonde ze daar 75 jaar en maakte drie generaties mee.” 

De Bestedeling werd een monument voor alle kinderen, en anderen, die werden uitbesteed in de Nederlandse geschiedenis. „Nu mijn boek rondzingt, krijg ik enorm veel berichten van mensen. Als ook alle verhalen van anderen boven tafel komen, krijgt dit stukje geschiedenis denk ik nog wel een staartje. Ik moedig iedereen aan om die zoektocht bij familie te doen. Want onderschat niet dat je onderdeel bent van die familiegeschiedenis. Wat dacht je bijvoorbeeld van het trauma dat doorwerkt, generaties lang? Of nakomelingen die nooit begrepen waarom opa zo’n knorrige man was? Het is de moeite waard om dat eens uit te zoeken.” 

Armoede en schaamte 

En kunnen we iets leren van dit stukje Nederlandse geschiedenis en de tijd waarin we nu leven? „Schaamte en armoede rondom dit onderwerp hebben er uiteindelijk ook voor gezorgd dat er zo weinig over bekend is. Eigenlijk hangt rondom armoede nog steeds heel veel schaamte. We praten er niet gemakkelijk over. Daarom wens ik meer begrip en hulp over dit thema. Laten we er in ieder geval over in gesprek blijven.” 

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reacties

What's your reaction?

Leave A Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Posts